De confrontatie tussen Jacob en Esau in de geschiedenis

Op weg naar de ontmoeting met Esav komt Yaakov de 'Sar' (dienende engel) van Esav tegen en wordt hij aangesproken.

 

Elke natie moet, om in deze fysieke wereld te kunnen bestaan, een spirituele entiteit hebben. Die entiteit vertegenwoordigt het spirituele potentieel dat dit land bevat, hetzij in wat het zelf kan bereiken, hetzij in wat het in anderen naar voren kan brengen.

 

“En Ya'akov was alleen en een 'man' worstelde met hem tot het aanbreken van de dag. En toen hij (de engel) zag dat hij hem (Yaakov) niet kon overwinnen, raakte hij zijn (Yaakovs) dij aan (waar deze aansluit op de heup) en deze raakte ontwricht” (Genesis 32:25-26).

 

“En de zon kwam op hem op (om Yaakovs kreupelheid te genezen – Rasji) en hij hinkte op zijn dij (toen de zon opkwam – Rasji)” (Genesis 32:32).

 

De Sefer HaChinuch schrijft dat deze strijd tussen Yaakov en de engel feitelijk een microkosmos was van de strijd die zal woeden tussen Israël en de naties, die zich door de geschiedenis heen zal uitstrekken tot aan de tijd van de verlossing. De engel probeerde Yaakov volkomen te vernietigen, hij wilde een spoedige 'Endlösung', maar dat lukte niet. Hij heeft Yaakov echter veel pijn en lijden bezorgd, zoals de naties ons (Israël) later zullen aandoen. Maar toen het doordringende, heldere licht van de zonsopgang opkwam, werd Yaakov genezen. Zo ook, wanneer we het stadium van de verlossing bereiken, wanneer het begrip van alles wat er in onze geschiedenis is gebeurd, zo helder als de dag zal worden, zullen we zuiver en genezen zijn, en geen wonden dragen van onze strijd door de geschiedenis heen.